'Een fontein van levend water'

Lied voor de dienst 16 april

Christus, onze Heer, verrees, halleluja! (OTH 107)

Christus, onze Heer, verrees, halleluja!
Heil’ge dag na angst en vrees, halleluja!
Die verhoogd werd aan het kruis, halleluja,
Bracht ons in Gods vrijheid thuis, halleluja!

Prijst nu Christus in ons lied, halleluja,
Die in heerlijkheid gebiedt, halleluja,
Die aanvaardde kruis en graf, halleluja,
Dat Hij zondaars ’t leven gaf, halleluja!

Maar Zijn lijden en zijn strijd, halleluja,
Heeft verzoening ons bereid, halleluja,
Nu is Hij der heem’len Heer, halleluja
Eng’len juub’len Hem ter eer, halleluja!

Daar juicht een toon (OTH 108)

Daar juicht een toon, daar klinkt een stem,
Die galmt door gans Jeruzalem.
Een heerlijk morgenlicht breekt aan,
De Zoon van God is opgestaan

Geen graf hield Davids Zoon omkneld,
Hij overwon, die sterke Held
Hij steeg uit ’t graf door ’s Vaders kracht
Want Hij is God, bekleed met macht

Want nu de Heer is opgestaan,
Nu vangt het nieuwe leven aan.
Een leven door zijn dood bereid,
Een leven in Zijn heerlijkheid

U zij de glorie (OTH 129)

U zij de glorie, opgestane Heer!
U zij de victorie, nu en immermeer.
Uit een blinkend stromen,
Daald’ een engel af,
Heeft de steen genomen
Van ’t verwonnen graf.
U zij de glorie, opgestane Heer!
U zij de victorie, nu en immermeer

Ziet Hem verschijnen, Jezus onze Heer!
Hij brengt al de zijnen in Zijn armen weer.
Weest dan volk des Heren,
Blijd’ en welgezind
En zegt telkenkere, Christus overwint!
U zij de glorie, opgestane Heer,
U zij de victorie, nu en immermeer

Zou ik nog vrezen, nu Hij eeuwig leeft,
Die mij heeft genezen, die mij vrede geeft?
In zijn godd’lijk wezen
Is mijn glorie groot,
Niets heb ik te vrezen in leven en dood.
U zij de glorie, opgestane Heer
U zij de victorie, nu en immermeer