'Een fontein van levend water'

DE OPSTANDING

“Want zoals allen in Adam sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden.” (1 Korinthe 15 : 22)

Dat Jezus opstond uit de doden is altijd één van de meest omstreden geloofspunten geweest. Dat was al zo in Paulus’ tijd. Hij schrijft erover in 1 Kor 15. ”Als Christus niet is opgestaan”, zegt hij, “stort ons hele geloof als een kaartenhuis in elkaar. Dan is ons geloof zonder inhoud, ons getuigenis vals en dan zijn wij verloren en de beklagenswaardigste van alle mensen. Laten we dan maar eten en drinken, want morgen sterven wij.”

In Jezus’ tijd waren het de Sadduceeën die niet geloofden in de opstanding. Ze zaten maar te prakkiseren, hoe het zat met het huwelijk na de dood, en ze kwamen er niet uit. Jezus legde uit dat het huwelijk in de hemel ophoudt te bestaan. Hij maakte van de gelegenheid gebruik ze te wijzen op hun ongeloof. Hij zei: “Jullie dwalen wel zéér. Jullie kennen de Schriften niet, noch de kracht van God. Hij is geen God van doden, maar van levenden”. Ze zaten zich druk te maken over een detail, maar waren blind voor het essentiële. “He has risen” staat op een bordje in de graftuin in Jeruzalem. Zelfs onder Jezus’ leerlingen was er nog twijfel. Toen ze Hem zagen na Zijn opstanding “aanbaden zij, maar sommigen twijfelden”, zo staat er geschreven.

Is er van ons christenen nog iemand die twijfelt? Het is niet te hopen! Wat een vreugde dat er een opstanding is! Niet alleen voor Jezus, maar ook voor ons. Al komen we éénmaal in het overlijdensregister te staan – is het niet onze grootste vreugde, dat onze namen staan opgetekend in het ‘Opstandingsregister’ het Boek des Levens?

HEER, leer mij te leven vanuit de vreugde dat ik net als U zal opstaan uit de doden.

(Uit dagboek: Over(vloedig) leven.

Onder redactie van Kees Goedhart en Bert Niehof)