'Een fontein van levend water'

Lied voor de dienst 19 maart

t Is middernacht, en in de hof (OTH 117)

’t Is middernacht, en in de hof,
Buigt, tot de dood bedroefd, in ’t stof
De Levensvorst; in Zijn gebeen
Doorworstelt Hij zijn strijd alleen.

’t Is middernacht, maar Jezus waakt,
En ’t zielelijden, dat Hij smaakt,
Bant uit Zijn hart de bede niet;
‘Mijn Vader, dat Uw wil geschied’.

’t Is middernacht, en ’t Vaderhart
Sterkt en verstaat de Man van smart,
Die ’t enig lijden, dat Hij torst,
Ten eind doorstrijdt als Levensvorst

Jezus, leven van mijn leven (OTH 119)

Jezus, leven van mijn leven,
Jezus, dood van mijne dood,
Die voor mij U hebt gegeven,
In de bangste zielenood,
Opdat ik niet hoop’loos sterven,
Maar Uw heerlijkheid zou erven,
Duizend, duizend maal, o Heer,
Zij U daarvoor dank en eer!

Dank, mijn Heiland, voor Uw lijden,
Voor Uw bitt’re bange nood,
Voor Uw heilig, biddend strijden,
Voor Uw trouw tot in de dood,
Voor de wonden, U geslagen,
Voor het kruis, door U gedragen;
Duizend, duizend maal, o Heer,
Zij U daarvoor dank en eer!