'Een fontein van levend water'

‘Hij veegt de tranen van de ogen’

“En God zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal er niet meer zijn; ook geen rouw, jammerklacht of moeite zal er meer zijn. Want de eerste dingen zijn voorbij gegaan.”
(Openb. 21 : 4)

‘Als er al een hemel bestaat, dan hoef ik daar niet heen’, zo zei iemand pas tegen mij. Een schokkende uitspraak en ik begreep ook niet waarom iemand zo iets zou zeggen. Toen ik wat doorvroeg kon ik de uitspraak wat beter plaatsen. Mijn gesprekspartner zei: ‘Je kunt in de hemel alleen maar gelukkig zijn, als alle herinneringen aan de aardse ellende volledig worden uitgewist.’ ‘Maar’, zo zei hij: ‘de aardse ellende is zo groot en pijnlijk, die mag helemaal niet vergeten worden. Daarom hoef ik die hemel niet’.
Ik begon mijzelf af te vragen of dit klopt. Is de hemel inderdaad zo’n plek waar alles wordt vergeten? Een moeilijk thema, omdat we niet precies weten hoe de hemel eruit zal zien. Toch zijn er wel wat Bijbelse gegevens die volgens mij aangeven dat mijn gesprekspartner ernaast zit. De hemel is geen plek waar alles ‘ineens’ is vergeten, alsof er hier op aarde nooit iets gebeurd is.
Als we de bovenstaande tekst uit Openbaring lezen, lezen we dat er in het nieuwe Jeruzalem tranen worden afgewist. Kennelijk komen er mensen betraand binnen. Vol van verdriet en rouw, beschadigd door de weerbarstigheid van het leven, worden zij het nieuwe Jeruzalem binnengehaald. En wat blijkt dan? God doet niet alsof er geen aardse ellende is, maar Hij gaat troosten. Hij veegt de tranen van de ogen. Je zou daarom kunnen zeggen: het aardse verdriet wordt niet vergeten, maar in Gods aanwezigheid wel genezen.
Het unieke aan het nieuwe Jeruzalem is dat God er Zelf woont. En een ieder die dan dicht in Zijn nabijheid mag verkeren, krijgt een bruiloftskleed aan, ontvangt vergeving en genezing. Zo worden daar, dankzij Gods aanwezigheid, alle dingen nieuw gemaakt.

Marco van der Spek