'Een fontein van levend water'

IN MENSEN EEN WELBEHAGEN (Lukas 2 : 8 – 20)

In mensen een welbehagen? Dat is nieuw. Want wat er is … dat is uitsluitend groot onbehagen. Onbehagen in God. Ongehoorzaamheid. Wetsovertreding. Onbehagen in elkaar. Liefdeloosheid. Egoïsme. Moord. Doodslag. Onbehagen in onszelf. Onbehagen alom.

“Het volk, dat in duisternis wandelt” (Jesaja 9 : 1) … groot onbehagen… “zal een groot licht zien!” (hetzélfde vers).

Daar staat niet eens een adempauze tussen. Dat gaat in één adem door! Daar staat niet een ‘weg’ die de mens moet begaan voordat hij dat licht zal kunnen aanschouwen! Dat licht breekt – letterlijk – in! Het verbreekt de duisternis. Breekt de duisternis in! Breekt vanuit de hemel de donkerheid van deze aarde in. Breekt de stilte en de duisternis van ‘veld’ en ziel van deze herders in. Licht! … ‘Een wél-behagen’ Omdat die herders zo welbehagelijk waren? Nee, om Christus, Die zo welbehagelijk is. Deze woorden horen bij het loflied ter ere van Zijn Komst! Ze horen niet bij het verleden van de herders; maar als van fanfare zijn ze de openingsceremonie, de herautische aankondigingsmuziek bij de geboorte van Christus. Van Hem, Die zorgen zal dat ook ‘welbehagen’ uitgesproken zal kunnen worden over mensen. Mensen zoals deze herders. Mensen uit ’t Harde, zoals u en ik. Wel-behagen. Zodat, zoals Paulus dat kende, “niet meer ik, maar Christus leeft in mij”! Zodat ik deel heb aan Hem en dus welbehagelijk wórd.

“Mijn hart roept uit tot God, die leeft en aan mijn ziel het ‘leven’ – en het welbehagen – geeft!” (Psalm 84 : 1 berijmd)

Ouderling H. Pierik