'Een fontein van levend water'

DE OLIJFBOOM

U, die een wilde olijfboom bent, in hun plaats bent geënt en mede deel hebt gekregen aan de vettigheid van de olijfboom, beroem u dan niet tegenover de takken. (Romeinen 11 : 13 – 32, 17b en 18a)

In de Bijbel worden vaak beelden gebruikt om iets uit te leggen. Zo gebruikt Jezus het beeld van de Herder en de schapen of de wijnstok en de ranken. Paulus gebruikt hier het beeld van de olijfboom. Net als Jeremia die in hoofdstuk 11 vers 16 Israël een bladerrijke olijfboom noemt. Mooi van vrucht en gestalte. Een mooie boom met mooie takken. Takken verbonden met de stam en de wortels die daardoor voeding krijgen en vrucht dragen. Laten we eens naar het plaatje kijken. De wortel en de stam zijn God de Vader en Jezus. De takken zijn Zijn kinderen die door de Geest met Hem verbonden zijn. Maar, er zijn takken afgebroken. Israëlieten die Jezus niet als de Messias erkenden, worden aangeduid als afgebroken takken. Maar er zijn ook takken van wilde olijfbomen op deze boom ingeënt. Dat zijn mensen die geen Israëliet zijn, maar wel in God geloven en Jezus volgen. Wat wil Paulus met dit beeld? Hij wil uitleggen dat die wilde takken – Gods kinderen die niet Israëliet zijn – niet hoogmoedig moeten worden. Wij moeten de echte, natuurlijke takken niet vergeten. Die natuurlijke takken die aan de stam zitten, betekenen de Israëlieten die Jezus als Messias erkennen. Maar Paulus gaat nog een stap verder. De genadegaven en de roeping van God zijn onberouwelijk. (vs. 29). Er zijn veel beloften voor Israël die eeuwig zijn. God gaat zich weer over die afgebroken takken ontfermen. (vs. 32) Je ziet dat ook nu gebeuren. Maar je ziet ook de weerstand daartegen in de wereld. Laten we Paulus’ woorden ter harte nemen en Israël gewoon Israël laten zijn. Dan zullen we straks van harte meezingen: “Lof zij de God van Israël, de Heer die aan Zijn erfvolk dacht”. Of met psalm 85 vers 1 en 2, enzovoorts. God is aan het werk en dat kun je zien! Kijkt u, kijk jij mee?

Wim Kamphof